• CDPC

Tips die u kunt volgen om uw online onderwijs vorm te geven




Organisatie, vormgeving en structuur


Allereerst is het belangrijk om na te gaan of iedereen online kan meedoen. Een mentor (of een andere begeleider) kan goed in kaart brengen of aan de randvoorwaarden voor digitaal onderwijs is voldaan:

  • Houd rekening met studenten die geen beschikking hebben over een computer, laptop of tablet en kom ook met een oplossing voor deze groep.


Voordat u uw onderwijs vorm gaat geven is het van belang om eerst te inventariseren wat er al is en wat er nodig is om uw les op een digitale manier aan te kunnen bieden. Als docent beschikt u namelijk al over de inhoudelijke stof in de vorm van boeken, readers, opdrachten en aantekeningen die u normaal gesproken zou behandelen. Maak eerst een overzicht en een planning van de leerstof: welke leerdoelen u wilt behandelen in uw vak, de opbouw van uw vak, verwachtingen voor de studenten en rooster met deadlines. Bekijk de blog post over Backward Design (Lessen plannen en eindtermen bewaken).


Om verder goed online onderwijs te kunnen ontwerpen en ontwikkelen moet u als docent rekening houden met o.a. de structuur van uw onderwijs, hoe u als docent ervoor zorgt om contact te blijven houden met de studenten, welke activerende opdrachten u gaat aanbieden en maken, hoe u efficiënt feedback geeft en hoe u de studievoortgang van de studenten monitort en inspringt wanneer een student van een planning afwijkt.


Hieronder volgen tips op dit gebied:


Adolescenten en jongvolwassen hebben behoefte aan structuur, regelmaat en monitoring. Zij kunnen niet altijd zelfstandig doelen stellen, effectief en zelfstandig plannen, hoofd- en bijzaken onderscheiden of prioriteiten stellen. Hier hebben zij uw hulp bij nodig door zelf een (week)planning aan te bieden, duidelijke deadlines stellen en om hun voortgang te helpen monitoren (aanwezigheid / resultaten op quiz). Wat uw studenten wel kunnen is beslissingen maken, dus als studenten weten wat ze op bepaalde dagen deadlines hebben en iets moeten inleveren, kunnen zij goed een tijdspanne van 1 tot 2 weken overzien en beslissen hoe ze dit goed kunnen organiseren. Op een langere termijn vooruitkijken is lastig.

Concreet:


  1. Werk volgens een vaste structuur. Geef duidelijk aan wat de studenten elke dag, week, en of periode moeten doen. Werk met vaste momenten waarop u nieuw materiaal aanlevert. Routines zijn belangrijk bij online onderwijs.

  2. Monitoring en feedback. Als docent is het belangrijk om regelmatig een update met feedback en feedforward te geven. Herhaal regelmatig hetgeen afgelopen dag/week/periode werd behandeld en wat er aangeboden gaat worden.

  3. Maak een concrete planning voor de activiteiten van de studenten. De studenten hebben begeleiding nodig om het online leren optimaal te kunnen benutten.

  4. Maak als instelling duidelijke afspraken over welke platforms gebruikt gaan worden en waar welke informatie geplaatst wordt. Bijv: worden mededelingen via de app gedeeld of via de mail? Gebruiken jullie Google platform of Loom om les te geven? Waar kunnen de studenten informatie vinden? Het is handig als alle docenten de informatie (dus de format waarin online wordt gewerkt) zo uniform mogelijk aanleveren of digitaal aanbieden (Tip op schoolniveau!). Dit is voor zowel de docenten als studenten van belang omdat het onoverzichtelijk kan worden als er geen duidelijke lijn afgesproken is.


Rooster en planning


Bij leren op afstand werkt het niet om vast te houden aan een bepaald rooster. Het is verstandiger om flexibel te werken. Hieronder volgen een aantal praktische tips:

  • Houd het aantal lesmomenten beperkt: een ‘normale’ lesdag bestaat uit 7 of 8 lesuren. Maar als zowel de docenten als de studenten 8 lesuren achter een computer moeten zitten, is het niet effectief of gezond. Het is hierdoor praktischer om 1 keer complete ‘bouwstenen’ (leerstof) aan te bieden en maximaal 3 à 4 verschillende vakken per dag aan te bieden. De student kan dan zelfstandig aan een planning houden en de juiste momenten kiezen om te studeren. Bied hierin afwisseling in vakken. Zorg voor 5-6 uren online onderwijs per dag.

  • Gebruik de tijd effectief: het is dus niet noodzakelijk om aan elke online les een vaste tijd te stipuleren. Afstandsleren biedt juist de mogelijkheid om flexibel te werken en om met de tijd te spelen.

  • Momenten voor interactie zijn heel belangrijk en zouden als ‘verplicht’ ervaren moeten worden door docent en studenten. Deze momenten zijn goed voor de binding en deadlines blijven wel op vaste momenten en zijn de ankermomenten.

  • Verdeel en beheers uw instructie zo goed mogelijk: om online goede instructie te geven kost veel tijd en werk. Het is hierdoor zonde als verschillende docenten precies dezelfde instructie gaan geven aan verschillende klassen. Een suggestie is om per vakgebied per leerjaar de instructie te verdelen. Dit is juist het ideale van onderwijs op afstand; een goede instructie kan in één keer naar verschillende klassen gestuurd worden. Zorg dat er voldoende contact is tussen teamleden (zie hoofdstuk 6) om voor afstemming en eenduidigheid te zorgen. Overleg: het is belangrijk om te blijven overleggen met uw collega’s over jullie aanpak.


Rust;

Regelmaat;

Reinheid.

En bij online onderwijs: afwisseling, eigen verantwoordelijkheid en interactie.



Communicatie, instructie en contactmomenten


Als docent zou u bij het online lesgeven ervoor moeten zorgen dat u de instructies op een andere manier geeft. Wij hebben moeten leren om op een andere manier leren les te geven dan wat u gewend bent, omdat wij niet meer fysiek aanwezig waren in de klas. Wij verwachten dat u hetzelfde zult ervaren. Hierin speelt communicatie een cruciale rol en is het van belang om duidelijke afspraken te maken met uw groep.


Tips:

  • Communiceer voldoende en op tijd: door met regelmaat te communiceren, creëert u rust en stellen de studenten minder individuele vragen. Laat de student vervolgens ook weten wanneer ze aanvullende informatie en/of feedback kunnen verwachten. Spreek met de studenten van te voren af dat jullie elkaar niet gaan overladen met mails en berichtjes. Stuur als docent een mail/bericht wanneer er een update is.

  • Communiceer verwachtingen van te voren: laat de studenten van te voren weten hoe vaak u verwacht te communiceren. Geef aan op welke momenten je verwacht te communiceren en te reageren op vragen etc.

  • Beheers uw communicatie: studenten kunnen vragen stellen die relevant zijn voor iedereen. In zulke situaties is het handig om dit bij te houden en in een keer gebundeld naar iedereen te sturen. Verder is het ook handig om van een platform gebruik te maken om alle informatie neer te zetten, dan weten studenten dat zij daar altijd terecht kunnen.

  • Binnen online onderwijs zijn er verschillende communicatievormen mogelijk. U kunt bijvoorbeeld een discussiegroep aanmaken of gebruikmaken van chatten op de platforms die je gekozen hebt.

  • Houd het opnemen van lessen simpel. Kom niet in verleiding om een hele les op te nemen en online te zetten. Wees kort en gericht. Gebruik videos om korte uitleg fragmenten op te nemen. Een tip is om per onderwerp een korte uitleg video te maken (leer meer hierover in paragraaf 5.4).

  • Maak gebruik van de virtuele lessen / online classes wanneer het nodig is; niet alle lessen hoeven vervangen te worden door een virtuele les. Dit kan voor zowel de docent als student overweldigend zijn. Zet dit alleen maar in als het echt een toegevoegde waarde heeft, bijvoorbeeld wanneer uw doel is om activerend en interactief aan de slag te gaan met de leerstof of u feedback wilt geven. Bij afstandsonderwijs is er geen sprake van het ‘normale’ rooster. Het wordt tevens moeilijk om dit te coördineren op schoolniveau.


Lesgeven: pedagogische-didactische aanpak


De didactiek, oftewel de manier waarop onderwezen wordt, is van cruciaal belang bij het online-/ afstandsleren. Het falen en slagen van afstandsonderwijs zit in de didactiek en niet alleen in de middelen die gebruikt worden. Contact, interactie, afwisseling zijn belangrijke elementen hierin.


Tips:

  • Zorg dat de studenten actief leren. Alleen een presentatie of video bekijken, heeft net zoals het volgen van hele lange hoorcolleges, weinig zin. Opdat studenten de stof kunnen verwerken, moet de stof zodanig worden aangeboden dat het de studenten aan het denken zet. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de tips van hoofdstuk 2.


Maak een onderscheid tussen ‘need to know’ en ‘nice to know’: Het is handig om van tevoren te bepalen wat de studenten echt moeten leren om de eindtermen en toetsdoelen te bereiken. Soms geven boeken veel extra informatie, maar is de informatie niet altijd effectief om de leerdoelen te behalen. Een adolescent en jongvolwassene kan minder goed hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden vanwege hun fase van breinontwikkeling. Zij lezen alle zinnen van een boek alsof ze even belangrijke informatie bevatten. Gebruik uw expertrol om uw presentatie, video of online class juist de belangrijke concepten van uw vak te behandelen.

Geef alleen overbodige leerstof als verrijking, verdieping of herhaling. Verrijking en verdieping van leerstof gebeurt het beste in projectvorm.


  • Houd rekening mee dat uw eerste 5 minuten in een les en de laatste 5 minuten het beste blijven hangen in het brein. Dus: maak korte filmpjes.

  • Combineer zo veel mogelijk woord en beeld wanneer je bijvoorbeeld een PowerPoint opneemt om in te spreken. Op deze manier beklijft de stof beter. Beperk het aantal woorden per slide tot 18 woorden en voeg bijvoorbeeld afbeeldingen en/of icoontjes toe aan een presentatie. Zoek afbeeldingen die niet bij de tekst passen en leg het verband dat u legt tussen beeld en tekst. Vraag van uw studenten dat ze zelf een beeld uitkiezen wat voor hun de relatie beter weergeeft.

  • Zorg voor gespreid leren en voldoende herhaling. Dit is namelijk een van de belangrijkste aspecten bij het leren. Laat studenten daarom regelmatig quizvragen beantwoorden om zichzelf te toetsen en hun vooruitgang bij te houden. Platforms die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn Socrative, Kahoot!, Google Quiz en Google forms. Verspreid de herhaling in de tijd. Plan van te voren de oefenmomenten en herhalingen in.


In een klassikale les maakt u als docent gebruik van verschillende didactische werkvormen om de stof over te brengen naar uw studenten. Hieronder wordt er uitleg en tips gegeven hoe elke werkvorm op afstand aangeboden kan worden:


Kennis behandelen

Onderwijsactiviteiten waarin de theorie behandeld wordt door middel van directe instructie is effectiever wanneer u deze in één keer, dus aan een grote, desnoods gehele groep kunt aanbieden. Als docent deelt u hierbij nieuwe informatie, worden er verbanden gelegd en voorbeelden gegeven. Dit is vooral het geval bij de exacte vakken waarin studenten meer uitleg en instructie nodig hebben. Dit soort onderwijsactiviteiten kunnen direct vertaald worden naar afstandsleren via platforms zoals Google Classroom als je synchroon les wilt geven en Loom als je asynchroon les wilt geven. U kunt ook gebruik maken van virtuele whiteboard om verbanden, stappenplannen en formules goed uit te leggen.


Tips:

  • Asynchroon les te geven. Dit betekent voor u als docent dat u eerst de video opneemt met de uitleg en dat de studenten in hun eigen tempo de video kunnen bekijken. Als docent ben je hierdoor ook wat flexibeler.

  • Wanneer u uitleg wilt geven of demonstreren, kunt u gerust een video-opname gebruiken die niet langer duurt dan 10 minuten. Zorg ervoor dat u hierbij een verwerkingsopdracht aanbiedt, zodat de studenten na het bekijken actief met de inhoud aan de slag gaan.

  • Interactie is noodzakelijk bij vakken waar er verschillende zienswijzen en visies zijn. U kunt beter voor een online classroom kiezen wanneer uitleg en vragen / antwoorden bespreken zeer belangrijk zijn voor het behalen van uw leerdoelen. Behandel dan maximaal drie ‘bouwstenen’ in een synchrone les.

  • Als u als docent wilt dat de studenten actief meedoen, kunt u vragen of kleine opdrachten geven die ze vóór de les moeten bekijken of doen. Dit is een manier om hun voorkennis te activeren. Dit kan d.m.v. activiteiten zoals mindmappen.

  • Gebruik een quiz per week. Formatieve toetsen bieden de mogelijkheid om het leerproces van de studenten te volgen. Dit geeft u als docent een overzicht om te zien of de stof overgekomen is bij de studenten en welke stof herhaalt moet worden. Quizzes kunnen aangeboden worden via formatieve assessment tools zoals Kahoot! en Socrative.


Verlengde instructie, het geven van feedback en monitoren van de voortgang van studenten

Soms hebben studenten extra hulp en uitleg nodig om de stof beter te begrijpen, of hebben ze behoefte aan feedback om na te gaan of ze de stof goed begrepen hebben. In zulke gevallen is het ideaal om ‘real-time’ (synchroon) feedback te geven. Hiervoor is het van belang om een duidelijk moment te kiezen en af te spreken met de studenten. Deze vorm van werken vergt een mate van zelfstandigheid en ‘commitment’ van de studenten. Een nadeel hiervan is dat studenten die geen internetverbinding en/of device hebben, de gelegenheid missen om ‘real-time’ vragen te stellen en feedback te krijgen.


Tips:

  • Spreek met de studenten af hoe ze hun vragen moeten inleveren en zorg voor een duidelijke deadline. Plan dit vóór de sessie in. Zo kunt u beter voorbereid zijn en de sessie op een effectieve manier vormgeven.

  • Communiceer en maak duidelijke afspraken met de studenten zodat ze op de hoogte zijn wanneer ze aan de extra uitleg moeten deelnemen. Het beste is om vaste momenten 1 à 2 keer per week te plannen bijv. elke dinsdag en donderdag.

  • Om de studenten die niet altijd een internetverbinding en/of device hebben kunt u een video opnemen zodat zij op een andere tijdstip de sessie kunnen volgen. Het opnemen van sessies kan ook handig zijn aangezien deze door de studenten herhaaldelijk en in eigen tempo gebruikt zou kunnen worden. Dit is zeker voor minder vlotte studenten voordelig, vooral als zij ook de kans krijgen om alsnog vragen stellen over het onderwerp.

  • Geef zo veel mogelijk feedback, bv. naar aanleiding van een quiz. Dit is essentieel voor het leren. U kunt op verschillende manieren feedback geven; real time of asynchroon. De docent kan real time feedback geven door vragen te beantwoorden. Dit kan per persoon of binnen een groep gebeuren en de vragen kunnen door de docent, 1-voor-1 beantwoord worden d.m.v. een formatieve assessment tool zoals Socrative.

  • Toon betrokkenheid om te voorkomen dat studenten achterblijven. Het is van belang om ze te motiveren en aan te sporen.


Opdrachten

Middels opdrachten wordt (nieuwe) informatie verwerkt of stof herhaalt. Opdrachtvormen zijn de meest gebruikte werkvormen. Tevens is het eenvoudiger om studenten opdrachten en oefeningen op afstand uit te laten voeren.


Tips:

  • Maak gebruik van werkvormen die een bijdrage leveren aan het bereiken van de leerdoelen. Geef de studenten dus geen opdrachten die geen toegevoegde waarde hebben.

  • Om uw betrokkenheid als docent te laten zien wanneer er weinig fysiek contact is, wordt het aangeraden om motiverende en doelgerichte opdrachten aan te bieden. Dit zijn opdrachten waarvan u weet dat de studenten ze motiverende opdrachten vindt, omdat ze 1) net goed te doen zijn met hun voorkennis, 2) uitdagende elementen bevatten of 3) aansluiten bij hun belevingswereld.

  • Stimuleer de studenten om met elkaar te interacteren en samen te werken. Groepsopdrachten zijn goed te doen in deze tijd. Om studenten samen te laten werken kan er gebruik gemaakt worden van Google Suite (doc, slides, hangout, etc).

  • Bied gevarieerde activiteiten/opdrachten aan. Als de studenten alleen maar online quizes moeten doen, dan haken ze snel af.

  • Bij online opdrachten is het van belang dat een aantal punten van tevoren duidelijk zijn voor de studenten zoals:

  • Wat precies de opdracht is. Probeer zo helder uit te leggen wat er van de studenten verwacht wordt om verwarring te voorkomen.

  • U kent uw studenten als beste. U kunt goed inschatten hoe u kunt differentiëren. Zorg dan bv. voor verschillende verwerkingsopdrachten voor verschillende doelgroepen in een klassen.

  • Wanneer en hoe kunnen de studenten hulp of extra begeleiding krijgen? Spreek met de studenten af wanneer ze om hulp kunnen vragen, en wanneer ze een antwoord kunnen verwachten. Dit is voor de docent van belang om structuur, overzicht en ruimte voor feedback te blijven houden.

  • Geef aan hoe studenten feedback kunnen verwachten of hoe ze horen wat ze moeten verbeteren. Op afstand lesgeven brengt met zich mee dat er duidelijke afspraken gemaakt worden wat begeleiding van de studenten betreft.

  • Geef ook meteen aan per ‘bouwsteen’ welk mate van zelfverantwoordelijkheid en zelfstandigheid dat van de studenten verwacht wordt. U kunt ook tips geven over de houding die u verwacht van uw student om een opdracht uit te voeren.


De meeste studenten zijn al digitaal bezig. Als docent kun je hiervan benutten, door meer ruimte te bieden in de verwerkingsvorm van de stof. U kunt bijvoorbeeld de volgende opdracht geven: laat de studenten bijv. een filmpje (via de telefoon) maken over de stof die ze moeten verwerken of een onderzoeksvraag die ze moeten oplossen.

189 views

©2020 by ipacdpc. Proudly created with Wix.com